’s Avonds laat op het station

Vrijwel iedere dinsdagavond kom ik laat aan op het station. Ik ben dan lang blijven hangen in de kroeg met de leden van Placebo, de improvisatietheatergroep waar ik wekelijks mee train. Iedere keer is het te gezellig om op de klok te kijken, en iedere keer weer kom ik dan eigenlijk te laat aan op het station, waardoor ik soms wel drie kwartier moet wachten op mijn trein.

Soms koop ik nog een patatje. Niet omdat ik honger heb, maar om wat te doen te hebben, en de snackbar de enige winkel is die nog open is. Meestal is het een bak met slappe gefrituurde slierten en een dikke klodder aandoenlijke mayo die ik dan op het perron naar binnen zit te werken.

Troosteloos. Iedere keer weer is die patat eigenlijk niet lekker. En iedere keer weer voel ik me een beetje verloren daar op het station.

De meeste mensen zijn in gezelschap, en hebben een slokje teveel op. Ze slingeren gierend of schreeuwend over het perron, en ploffen naast me op de bank. Vandaag vertrekt mijn trein om 01.15. Geen tijd voor een vrouw van mijn leeftijd om nog op het station rond te hangen. Alleen de mannen zie je alleen.

Rechts naast me aan de kop van het bankje zit een ethiopisch uitziende man. Hij zit al 30 minuten op dezelfde plek en zijn voeten wippen heen en weer. Soms gaapt hij. Links naast me zit een jonge jongen van een jaar of 20. Hij is zo te zien niet Nederlands, maar waar hij vandaan komt kan ik niet raden. Hij zit aan de haren op zijn arm te plukken en kijkt af en toe steels naar wat ik toch aan het doen ben met die Ipad op mijn schoot.

In de verte hoor ik het snerpende geluid van staal op staal, en het lijkt of er continu een grote droger aanstaat, maar het zijn de ronkende machines van de stilstaande treinen. De jongen naast mij checkt voor de derde keer zijn mobiel. En de Ethiopier gaapt nog een keer. Het begint langzaamaan steeds kouder te worden.

Ik heb net in de AH to go een zakje drop gekocht. Weer eens wat anders dan die vieze patat, en het geeft me wat te doen. Af en toe graai ik in de boodschappentas die voor me op de grond staat. Toen ik in de AH was, was er een surinaamse vrouw met een ongelooflijk dikke kont in een zwarte legging. Ze praatte op luide toon tegen de drie mannen in de AH. Ze was volkomen onverstaanbaar, en begon steeds harder te praten. De mannen -twee Marokkanen en een Chinees, waren een beetje verlegen met de situatie. Ze begonnen te lachen en de vrouw gierde het uit en begon nog meer onverstaanbare dingen tegen ze te roepen.

Er wordt omgeroepen dat de trein 10 minuten vertraging heeft. Gek genoeg is dat heel vaak zo rond dit tijdstip. Ik vraag me af hoe dat kan, zo buiten het spitsuur. Heel langzaam ebt het plezier van de avond een beetje weg, en ik vraag me weer eens af waarom ik dit toch iedere keer weer doe. De prijs is hoog voor een avondje lol, en ik ga maar niet uitrekenen hoe laat ik pas in bed zal liggen.

Naast mij komt een jonge jongen zitten van een jaar of 18. Versleten grijze allstars, en een blauwe spijkerbroek, hij heeft een koptelefoon op, zakt wat onderuit en valt in slaap. Voor mij loopt  een hollandse man in grijs trainingspak al ijsberend een sigaretje te roken, en een surinaamse man met rastahaar staat te bellen. Alles op gedempte toon gek genoeg. Alsof we ons aan het voorbereiden zijn op het naar bed toe gaan. Een bankje verder zitten drie meisjes heel dicht bij elkaar zachtjes te praten en te giechelen, ik schat de meisjes een jaar of veertien. Weet hun moeder dit, en moeten ze morgen niet naar school? ik heb het koud. Ik wou dat de trein er aan kwam. Ik graai nog een keer in de boodschappentas en neem een dropje.